. Gratis Astrologie in het dagelijks leven
  E-mail   Overzicht gratis diensten   Prijzen
Consulting and Educational Services
Orion mb
on line boek


ASTROLOGIE IN HET DAGELIJKS LEVEN
een practische inleiding in astrologisch denken

© dr martin boot

HOOFDSTUK 1: Alles begint bij IK

Het eerste astrologische principe is: Het begin, de impulsieve actie. Je laten zien in de wereld, de indruk die je maakt op anderen. Hoe je voor jezelf opkomt, hoe je de wereld verovert, ook sexueel. Waar je je mee identificeert. Dat wil zeggen: wat en wie je bewondert en/of verafschuwt.

Het eerste principe verwijst naar de volgende krachten in jezelf: de wil om te leven en te overleven, levenskracht, op jezelf geconcentreerd zijn, individu zijn, ik ben anders dan anderen, waar of met wie ik me identificeer, wat ik moet doen om me iemand te voelen, agressie, opkomen voor mezelf, mannelijke kracht, spierkracht, sport, soldaten, discipline, ijzer en staal, de kleur rood, bloed, de actieve kant van sexualiteit.

Je binnenwereld en je buitenwereld
Ieder mens heeft een binnenkant en een buitenkant. Die binnenkant en die buitenkant kunnen heel verschillend zijn. Wat je denkt en wat je zegt, kan heel verschillend zijn. Iemand trapt op je tenen en je denkt: "Kun je / krachtterm // niet uitkijken". Hij of zij zegt er direct sorry bij en jij zegt: "Geeft niets hoor, dat kan de beste overkomen".

Het eerste principe is waar de binnenwereld en de buitenwereld elkaar raken. Het ideale geval is dat je binnenwereld en je buitenwereld een afspiegeling van elkaar zijn. Dit ideale geval is bij niemand aanwezig. Het is steeds een streven naar een betere aansluiting van die twee op elkaar. Hoe meer je jezelf kunt tonen ( buitenwereld ) als hoe je van binnen bent, hoe effectiever je kunt leven, dat wil zeggen hoe gelukkiger je je voelt.

Het is belangrijk om diep in jezelf te beoordelen hoe het met je zit op dit punt. Beantwoord daarom voor jezelf de volgende vragen:

  • : Wie ben ik?
  • : Maak ik de juiste indruk? Dat wil zeggen, weten de anderen wie ik ben? Of hoor ik juist steeds van anderen dingen die helemaal niet bij me passen?
  • : Hoe gebruik ik de uiterlijke wereld? Vind ik dat alles me van buitenaf overkomt, of weet ik dat mijn buitenwereld een afspiegeling is van mijn binnenwereld?
  • : Doe ik veel dingen in mijn leven, omdat ik daardoor dichterbij mezelf kom, of doe ik ze omdat ik bang ben dat ik dan andere mensen verlies?

Verantwoordelijkheden
Heb je een leven waarin geen plaats is voor dit soort vragen, dan zal je je moe en rot voelen. Je zult je leven veel te zwaar vinden. Veel te veel verantwoordelijkheden zal je hebben.

Hoe je omgaat met het eerste principe in de practijk van alledag, kun je dus afmeten aan het antwoord op de vraag:

: Belemmeren mijn verantwoordelijkheden me om te zijn wie ik ben of helpen ze me juist?

Alle verantwoordelijkheden die je op je hebt genomen voor "anderen", voor uiterlijke doelstellingen, veroorzaken een storing tussen je binnenwereld en je buitenwereld. Je doet alsof je iets graag doet voor een ander; die ander denkt dus dat dat bij jou past en hij of zij krijgt een verkeerd beeld van je. Door dat verkeerde beeld krijgt hij of zij ook verkeerde verwachtingen van je en zo komt een duivelskring in werking waardoor je steeds verder van jezelf vervreemd raakt.

Veel mensen dragen verantwoordelijkheden omdat ze bang zijn om zichzelf te zijn, bang zijn om te groeien, bang zijn om mensen te verliezen. Liever mensen die niet goed voor me zijn dan helemaal niemand is dan de gedachte. Als je dat soort gedachten echt aanhoudt, heb je ook gedrag dat daarbij past. Dat wil zeggen: je houdt niet zo van bij jezelf naar binnen kijken en zoekt liever taken in de wereld. De zin van je leven leid je niet af van je eigen innerlijk streven, maar je zoekt steeds een taak buiten jez elf, met het gevolg dat je jezelf op den duur helemaal niet meer kent en dat je steeds meer een gevoel van zinloosheid en futloosheid begint te krijgen.

Image Hoe je jezelf naar buiten toe spiegelt, de indruk die je maakt, heeft een directe invloed op de mensen met wie je omgaat. Geef je de indruk dat je iemand bent, met wie je wel een loopje kunt nemen, gegarandeerd dat er uitbuiters om je heen zitten. Wek je de indruk dat jij zonder morren alles aankunt, gegarandeerd dat je mensen om je heen hebt zitten die graag afhankelijk doen. Ofwel: Ook je relaties, de mensen om je heen en wat die bijdragen aan wie je echt bent, zijn een directe afspiegeling van hoe het b ij jou zit met de verhouding tussen binnenwereld en buitenwereld.

Als je niet weet hoe je verhouding van innerlijk en uiterlijk in elkaar zit, gegarandeerd dat je iemand aantrekt die niet voldoende bij je past.

Lichaamstaal De indruk die je naar buiten toe wekt, is niet alleen iets psychologisch en ongrijpbaars. Je wekt heel tastbaar een indruk naar buiten met je lichaam. Mensen zien je uiterlijk direct en knopen daar ook onmiddellijk hun conclusies aan vast. Een belangrijke serie van vragen nu voor je bezinning is dus:

  • : Wat drukt mijn lichaam uit?
  • : Wil ik dat wel?
  • : Is wat mijn lichaam uitdrukt wel wat er in mijn innerlijk omgaat?

Om deze bezinning te doen, kun je gebruik maken van de vele boeken die bestaan over lichaamstaal.

Ogen Een belangrijke spiegel van innerlijk en uiterlijk zijn de ogen die in de volksmond genoemd worden: de spiegel van de ziel. In je ogen kun je veel lezen, je stemmingen, je echte bedoelingen, maar ook hoe je met je lichaam omgaat, hoe eerlijk je bent bij het naar buiten brengen van wat er innerlijk in je leeft. Iriscopie is een mogelijkheid om dit soort dingen te achterhalen. Je zou een bekwame iriscopist kunnen raadplegen met de centrale vraag : in hoeverre komt mijn innerlijk overeen met mijn uiterlijk, w at zeggen mijn ogen daarover?

Veel mensen hebben in onze tijd afwijkingen aan de ogen. De meeste van die afwijkingen zijn niet gelegen in ernstige lichamelijke afwijkingen, maar zijn ontstaan door leerprocessen. Als je te gespannen leeft en denkt, span je ook je oogspieren te veel. Als je dat maar lang genoeg doet, ontstaat vanzelf bijziendheid of verziendheid of een van de andere oogkwalen.

Een andere mogelijkheid om te achterhalen hoe het zit met de verhouding tussen je binnenwereld en je buitenwereld is dus als je een bril hebt, achterhalen wat de oorzaak van je bril is en wat meer is: om ervoor te gaan zorgen dat je je bril niet meer nodig hebt. Ook over dit onderwerp is veel geschreven. De ontdekking dat het zo zit als ik hier aanduid, is in de jaren 20 gedaan door Dr Bates in America. Aldous Huxley, die in zijn jeugd practisch blind was, heeft de theorie van Bates in practijk gebracht bi j zichzelf en hij schreef er een boek over " De kunst van het zien".

Je lichaam geeft je ook in andere ziektes dikwijls aan dat je niet leeft zoals je echt bent. Neem dus regelmatig de tijd om de functie van je lichaam als spiegel van je ziel of als vorm van je geest, als tempel van de helige geest zeggen de godsdiensten, te onderzoeken en serieus te nemen. Probeer problemen met je gezondheid eens te zien als een signaal. De boodschap is dan: ik ben ziek, omdat ik niet in staat ben aan jullie te laten zien wie ik echt ben. Daarmee maak ik mezelf ziek. Ik kan genezen door op zoek te gaan naar mezelf.


Zelfbeeld Wat ik aan de buitenwereld laat zien, is het beeld dat ik van mezelf heb. Ik ben als het ware een toneelspeler in een oud grieks toneelstuk. Die droegen voor hun gezicht een masker dat de persoon moest verbeelden die ze speelden. Dat masker heet in het Latijn "persona". Het eerste principe in de astrologie is onze persona. Het masker dat je draagt is nooit je complete zelf. Het is dus ook nooit af, je kunt er steeds verder mee. Een van de fouten die mensen maken is dat ze gaan denken dat ze zelf identiek z ijn aan de rol die ze spelen. Het is van belang om te weten dat wat je aan een ander laat zien altijd maar een onvolledig beeld is van wie je bent en dat het er op aankomt, als je tenminste gelukkig wilt worden of vervuld, dat je steeds een vollediger beeld van jezelf durft tonen. Daarvoor moet je echter naar binnen toe bij jezelf.

Je groep: overlevingsinstinct
Mensen zijn groepsdieren. Op het meest primitieve niveau leeft het besef van dit is mijn club en de anderen zijn anders. Ook dit hoort bij het eerste principe. Ik tegenover de ander. Hoe staat het met je openheid naar andere mensen die horen bij andere groepen en andere culturen? Ook hier weer kun je aflezen wat je van jezelf wel en wat je van jezelf niet wilt accepteren. Wordt je houding tegenover anderen misschien vooral bepaald door wat jij juist en onjuist noemt? Stierenvechten moreel verwerpelijk, wan t dat is van de andere groep, die wrede Spanjaarden, maar belastingontduiken is wel een leuk spel, want dat is van je eigen groep? Alle buitenlanders zijn onbetrouwbaar, want ze hebben een andere god en behandelen hun kinderen anders dan wij? Dit soort dingen zou je bij jezelf kunnen overwegen om meer kennis van jezelf te krijgen, van je primitieve instinctieve reacties. In hoeverre raak je verstard door die instinctieve reacties? Of denk je misschien dat jij dat soort reacties niet hebt? Dat is dan nog er ger, want die primitieve reacties horen bij het overlevingsinstinkt.

Identiteit
Een verdere serie vragen die passen bij je herbezinnig op het eerste principe is: Ontleen ik mijn gevoel van identiteit aan bezit? Aan eisen die ik aan mezelf en aan anderen stel? Aan verantwoordelijkheden die ik zoek, zodat ik niet op mijn gemak hoef te komen? Opvoeden wat is dat voor mij? Iemand africhten? Zo in de trant van: dat kind trekt maar aandacht en dat moet worden afgeleerd? Een kind moet leren zijn gejank in te houden, anders zit het maar aandacht te vragen en dat is iets heel smerigs? Als je d it soort gedachten hebt, is het wellicht nuttig te bedenken dat een kind en ook jijzelf dus, nooit genoeg aandacht kan krijgen.

De wil om te leven: Ik
Het eerste principe verwijst naar de volgende krachten in jezelf: de wil om te leven en te overleven, levenskracht, op jezelf geconcentreerd zijn, individu zijn, ik ben anders dan anderen, waar of met wie ik me identificeer, wat ik moet doen om me iemand te voelen, agressie, opkomen voor mezelf, mannelijke kracht, spierkracht, sport, soldaten, discipline, ijzer en staal, de kleur rood, bloed, de actieve kant van sexualiteit.

Om gelukkig te leven, zou je in staat moeten zijn deze krachten in jezelf samen te ballen en ze te richten op een precies vastgesteld doel. Hard werken voor preciese doelstellingen.

Nu is het zo dat er nogal wat levenskunst en levenservaring voor nodig is voor je in staat bent, je energie precies te richten. Eerst en vooral moet je daartoe in staat zijn, jezelf in de juiste proporties te zien. Dat wil zeggen: je moet voldoende zelfvertrouwen hebben om je niet steeds bedreigd te voelen door de individualiteit van anderen. Je moet voldoende zelfvertrouwen hebben om jezelf te kunnen zien als een instrument in de hand van God. Heb je niet voldoende zelfvertrouwen, dan richt je je acties in het wilde weg, want je moet je zo nodig steeds bewijzen. Hard roepen dat jij er bent en iedereen je hoort. Je moet zo nodig opvallen met dwaze acties. Je moet je zo nodig afzetten tegen anderen. Alleen als ik knok ben ik wat waard. Ik zal ze wel eens laten zien wie hier de baas is. Alle anderen zijn gek en dat zullen ze weten ook.

De problemen die dat veroorzaakt, liggen voor de hand: frustraties, conflicten, verspilde energie, vermoeidheid. Steeds met je kop tegen de muur lopen. Kwaad worden, maar die kwaadhed steeds onderdrukken. Een confrontatie met je innerlijke lafheid dus. Een uiting daarvan is cynisme en sarcasme, een laffe manier van je kwaad zijn uiten, een ook die je alleen maar ellende oplevert. Knokken voor de verkeerde zaak, met het gevolg dat de tegenpartij wint.

Dit zijn de kritische punten in het omgaan met het eerste principe.

Vragen waaraan je kunt aflezen hoe het bij jou zit met het eerste principe:

  • 1: Hoe ga je om met je levensenergie?
  • 2: Hoeveel zelfrespect heb je?
  • 3: Kun je je energie op een doel richten en dat ook bereiken?
  • 4: Hoe ga je om met discipline?

Als je de volgende vragen met nee beantwoordt, zou je je ik nog wat kunnen opbouwen.

  • 1: Zeg je gemakkelijk wat je nodig hebt of graag zou willen?
  • 2: Neem je regelmatig het initiatief bij vrijen?
  • 3: Vind je het lekker om kwaad te worden?
  • 4: Weet je hoe het voelt als je al je energie op een doel gericht hebt?
  • 5: Kan het je veel schelen wat anderen van je denken?
  • 6: Mag je ook wel eens klein zijn?
  • 7: Doe je wel eens plotseling iets?
  • 8: Houd je van biefstuk die nog rood is van binnen?

Als je volgende vragen met ja beantwoordt, kun je nog wel wat doorwerken aan je zelfrespect en het eerste principe:

  • 1: Vind je dat je jezelf moet opofferen voor anderen?
  • 2: Ben je cynisch en bitter?
  • 3: Als iemand iets vertelt waar hij de aandacht mee trekt, ga jij dan
  • een verhaal vertellen waardoor je een nog betere indruk kunt maken?
  • 4: Heb je huidklachten, migraine, reumatiek, last van je ogen?
  • 5: Heb je veel concurrenten en word je daar zenuwachtig van?
  • 6: Roddel je veel over anderen?
  • 7: Gebruik je het woord moeten veel?
  • 8: Verveel je je regelmatig?
  • 9: Ben je jaloers?
  • 10: Pakken je initiatieven altijd verkeerd uit?
  • 11: Vind je egoisme een vies woord?
  • 12: Heb je op alles en iedereen wat aan te merken?
  • 13: Heb je de pest aan rood?
  • 14: Vind je behoefte een vies woord?
  • 15: Zeggen anderen regelmatig dat ze niet weten wat je wilt?
  • 16: Heb je regelmatig last van migraine of hoofdpijn?

Wat kun je doen om het eerste principe in jezelf te versterken? In het esoterisch denken gaat men ervan uit dat hetzelfde principe op veel niveaus te vinden is. Daardoor kun je ook op veel niveaus aan de versterking van die principes werken. Op die verschillende niveaus geef ik mogelijkheden aan. Je kunt zelf kiezen op welk niveau je het liefste werkt. Om het zo maar eens te zeggen: rode biefstuk eten of een rode trui dragen hebben hetzelfde effect als het gaat om de opbouw van je ik. Wel verdient het aanbeveling, voor afwisseling te zorgen.

Kleuren
De basiskleur van het eerste principe is rood. Daarbij horen ook rood-paars, baksteenrood en geelrood. Door met die kleuren te werken of ze te dragen, erop te mediteren etc. versterk je het eerste principe in jezelf.

Stenen
De stenen die bij het eerste principe passen zijn robijn, sardonyx en carbonkel. Draag ze als je je ik wilt versterken.

Planten
De boom die bij het eerste principe hoort is de eik.


Metaal
Het metaal van het eerste principe is ijzer.

Eten en drinken
Groente: Sla, peulvruchten, paddestoelen, wortel, radijs, paprica, princesseboon, ui, brandnetel, knoflook.

Fruit: Rode bes, mango, rabarber. Kruiden: Basilicum, estragon, ijzerkruid, hysop, klaproos, paprica, witte peper.

Graan: gierst, tarwe.

Noten: Walnoot, pecanoot

Olie: Tarwekiemolie, druivenpitolie, olijfolie.

Zuivel: Magere melk, wei, gestremde melk, magere yoghurt met vruchten. Parmesaanse kaas, magere camembert, tilsiter, roquefort.

Vlees: Steak, kalfshersenen, ham, lam. Kip, fasant.

Vis: sardine, tonijn, karper.

Alcohol: cognac, rabarberwijn, amaretto.

Lichaamsdeel: Hoofd



Oefeningen
  • : Iedere dag een minuut of 10 spieroefeningen doen. Bij oefeningen is het van belang dat je het niet voor de prestatie doet, maar om je spieren te voelen. Verder is van belang dat je het dagelijks doet.
  • : Doe eens een keer iets zomaar in een opwelling.
  • : Ontspan je hoofd door je nek losjes te draaien in verschillende richtingen en ontspan de spieren van je gelaat door ze aan te trekken en los te laten.


    Portret van een kind dat het eerste principe sterk heeft

    We noemen het kind Jobje. Het kan zowel een jongetje als een meisje zijn, maar we verwijzen naar Jobje met "hij". De kans is groot dat Jobje geboren is tussen 21 maart en 21 april.

    Jobje heeft veel aandacht nodig en zolang hij nog gezond en zichzelf is, zal hij daar ook krachtig om vragen. Dring hem geen eten op wat hij niet moet, want hij zal het overduidelijk maken dat hij de baas is. Het is normaal voor kinderen als Jobje dat hij sneller praat en loopt dan anderen. Jobje is onvoorzichtig en maakt gemakkelijk ongelukken. Zorg dat er geen scherpe voorwerpen in zijn buurt zijn. Alles wat je hem verbiedt, wekt zijn nieuwsgierigheid op, dus als je hem gevaarlijke dingen verbiedt, k un je ervan op aan dat hij net zolang doorgaat tot hij heeft uitgevonden wat het is. Trouwens zodra je nee tegen hem zegt, komt hij in opstand. Hij leert ook niet zo gemakkelijk van zijn ervaringen, hij heeft namelijk een onbedwingbare neiging om records te breken, ook in dwaasheid. Als hij tanden krijgt, heeft hij waarschijnlijk flink last ervan en koorts. Dat is overigens normaal voor hem en hijzelf komt er gemakkelijk doorheen. Hij heeft dus geen medicijnen nodig.

    Het is normaal dat Jobje zijn warmte en affectie duidelijk en in overvloed toont. Als hij dat niet doet, is er iets mis doordat zijn emoties niet werden geapprecieerd. Jobje heeft een natuurlijke behoefte aan competitie en als hij ouder wordt, krijgt hij een heel fel temperament en woedeuitbarstingen, die echter direct weer voorbij zijn als hij zich geuit heeft. Jobje is heel gul, behalve wanneer je hem kwetst of hem belemmert om te krijgen wat hij wil hebben. Dan kun je woedeaanvallen verwachten.

    Als je Jobje iets wilt laten doen, daag hem dan uit, laat zien dat er iets te winnen is, dat er competitie is. Zeur niet en ga hem niet zitten vergelijken met andere kinderen of houd hem andere kinderen niet als voorbeeld voor. Jobje heeft een heilig respect voor autoriteit, maar wel voor echte autoriteit. Het is buitengewoon dwaas om hem te dwingen op grond van je positie of macht. Dus als je iets op hem hebt aan te merken, zeg het dan duidelijk, zeg hem dat hij minder kan dan een ander, maar DAT HET JOU NIET KAN SCHELEN WANT JE HOUDT TOCH VAN HEM. Als je hem zo behandelt, zal hij alles doen wat je wilt. Hij zal je namelijk bewijzen dat je theorie dat hij minder is dan een ander, complete nonsens is en werken dat de stukken eraf vliegen.

    Jobje kan alles leren wat hij wil in een tempo dat niemand kan bijhouden. De kunst is, hem zover te brengen dat hij zich gaat inzetten. Zijn eerzucht en gevoel voor echte autoriteit zijn enorm en dat zijn ook de wegen waarlangs je hem moet benaderen. Rustig vooral. Zodra Jobje iemand tegenkomt die slimmer ( etc. ) is dan hij, dan begint hij zijn concurrentie race en brengt het heel ver.

    Jobje is heel gevoelig en poetisch, tot het sentimentele toe, tegelijk is hij echter practisch, een soort practische idealist dus en een dromer. Hij is naief en taai tegelijk, zachtaardig en een doordouwer. Hij wil het spel spelen op zijn manier en is te vinden voor alles wat nieuw is. Het is van groot belang om vaste regels te stellen en je daar streng en consequeent aan te houden, als je iets met hem wilt bereiken en zelf de baas wilt blijven. Jobje heeft dus discipline nodig, maar pas op, want zijn hart is zacht en hij heeft hele diepe angsten dat je niet van hem houdt. Als zijn dromen worden verworpen of zijn enthousiasme wordt gedoofd, is hij diep in de put en dan moet je heel dicht bij hem blijven. Verkijk je niet op zijn stoere gedrag! Jobje heeft dus veel bescherming tegen de harde en cynische wereld nodig.

    Jobje heeft een droomwereld. Neem hem die niet af, maar ben er als hij tegen een desillusie aanloopt. Ook geloof in Sinterklaas etc moet je hem niet afnemen. Hij leert vooral via ervaring, dus laat hem zelf zijn gang gaan, zodat zijn innerlijke kwetsbaarheid in zijn eigen tempo steviger wordt. Behandel Jobje dus nooit ruw of hard en dwing hem niet, zeg niet "Doe het omdat ik het wil", maar vraag dingen met een vriendelijke lach en je hebt geen problemen met hem. Hoe harder je hem behandelt, hoe wreder hij wordt als hij ouder is. Vertrouwen is het allerbelangrijkste voor hem en zijn meest kwetsbare plek. Dus breek vertrouwen in het algemeen niet af en als je cynisch bent, uit het dan als hij er niet bij is.

    Houd hem uit de buurt van koude en harde mensen. Koudheid verwondt hem diep namelijk. Als je hem verantwoordelijkheid wilt leren, doe het dan door eerlijkheid en logica, twee andere zaken waar hij buitengewoon gevoelig voor is. Iedere vorm van lof of toejuiching voor wat hij goed doet, doet wonderen bij hem, dus prijs hem meer dan dat je hem kritiseert. Zeg hem wat je aan hem bevalt en niet zozeer wat je niet aan hem bevalt. Jobje vangt op wat je van hem verwacht en hij wil dat ook waar maken. Zoek dus uit of je dingen van hem verwacht die echt in zijn belang zijn, want ook al verbergt hij zijn gevoel en dit alles, hij leeft er wel naar. Jobje moet actief zijn, hij leeft op waar actie is en heeft zodoende ook veel slaap nodig.

    Jobje is gek op verhalen over helden die de wereld verbeteren en veroveren, maar ook op sprookjes en wensputten. Hij heeft zachtheid en consequeentie nodig en steeds het gevoel dat je van hem houdt. Als je dat lukt, wordt het iemand die dromen realiseert. .


    De andere 11 hoofdstukken van Astrologie in het Dagelijks leven kunt u per e-mail bestellen
    E-mail on line


    astrologie Terug naar Overzicht on line boeken

    astrologisch denken Terug naar de Index


Published by ORION mb .
Copyright © 2000 ORION mb . All rights reserved.
Information in this document is subject to change without notice.

Orion \O*ri"on\, constellatie van 6 Gemini tot 2 Cancer en 13 Zuid tot 24 Noord van de equator, in de winter fonkelend zichtbaar voor iedere aardbewoner.