Griekse Astrologie = Religie

geschiedenis astrologie.
 
image

Omstreeks 600 vChr werden de fundamenten gelegd van alles wat we ook tegenwoordig nog onder religie verstaan. In China Confucius en Lao Tse, in India Boedha, in Iran Zoroaster en in Palestina Ezechiel. In Griekenland ten slotte versmolt Pythagoras van Samos, geb tussen 587 en 572 vChr. godsdienst en wetenschap zo met elkaar dat het de basis bleef van het Europese denken tot in de 17e eeuw, en van de astrologie is het nog steeds het filosofisch fundament. Men kan dus nu al de voorlopige conclusie trekken dat aan de astrologische wereld de hele ontwikkeling van de westerse beschaving sinds de 17e eeuw onopgemerkt is voorbijgegaan.

In tegenstelling tot moderne astrologen was Pythagoras wel degelijk een eminent beoefenaar van de wetenschap en niet achterlijk maar helemaal op de hoogte van zijn tijd: hij gaf er een belangrijke nieuwe impuls aan. Alle leringen van de oude wereld vatten Pythagoras en zijn tijdgenoten samen en ze voegden er een nieuwe dimensie aan toe. Ze zochten namelijk naar praktische toepassingen die iets te maken hadden met de dagelijkse werkelijkheid.

Pythagoras paste de bestaande kennis bv toe bij de studie van onregelmatigheden in de omloopbanen van planeten. In feite legden de Grieken een wetenschappelijke basis onder de astrologie juist door de magie en voorspelkunst uit Mesopotamie te koppelen aan de empirie: de waarneembare verschijnselen aan de hemel.


 

Hesiodus en Thales van Milete

De eerste meldingen van astrologie in de Griekse literatuur worden gevonden bij Hesiodus die de bekende cosmologie schreef omstreeks 750 vChr. Hij somde de dagen op waarop het beste druiven geplukt konden worden en definieerde die dagen in relatie tot sterren als volgt:

"Als Orion en Sirius aan de mid hemel staan en Arturus rijst, dan O Perzen, verzamel dan uw druiven en breng ze naar huis."

Dit gaat over de regelmaat in de landbouw, maar Hesiodus duidt ook al aan dat er voor het mensenleven eveneens gunstige en ongustige momenten zijn b.v. om te huwen. Dus hier worden voor het eerst gewone activiteiten in verband gebracht met patronen die aan de hemel worden waargenomen.

Als de grondlegger van de griekse sterrenkunde wordt Thales van Milete ( omstreeks 624 v Chr ) beschouwd. De meest beroemde uitspraak van Thales was de voorspelling van een zonsverduisteruing waaruit hij de conclusie trok dat een lopende oorlog zou stoppen. Hiermee is ook de belangrijkste verdienste van de oude astronomen/astrologen aangeduid: ze konden zonsverduisteringen voorspellen. Deze eclipsen werden vervolgens gebruikt door vorsten om het volk te manipuleren. Dat was gemakkelijk want ook heden ten dage ontstaat er nog een massale volksbeweging als er een zonsverduistering plaatsvindt. Mensen worden angstig wanneer het normale dag- nachtritme wordt verstoord of voor de schijn wordt verstoord. De meest idiote fantasieen worden daarom gekoppeld aan eclipsen en wie dat vroeger kon voorspellen moest wel een direct verband met de goden hebben.

De tweede belangrijke macht in de handen van de oude astronoom/astrologen was dat ze de kalender beheersten en daarmee de ordening van het maatschappelijk leven. Lees de moderne astrologen boeken of bezoek hun congressen en hun verlangen naar die oude macht springt er per zin en per lezing uit. Onlangs schreef een astroloog nog dat het tijd werd dat Amerika eens werd geregeerd door astrologen want dat waren de enigen volgens hem die wisten hoe de wereld en het leven in elkaar zit, de enige wijzen volgens deze man in de tegenwoordige tijd.

Hoe ging het verder?



Wie geinteresseerd is, kan de rest van dit artikel bij me opvragen. Liefst met een fatsoenlijke motivatie.