|
|
|
|
|||||||
Voor nieuwe resultaten zie Medische Astrologie In dit artikel houd ik me bezig met de opvattingen en werkwijze(n) van astrologen. Zij zijn de mening toegedaan dat horoscopen ziektebeelden bevatten. Daarbij gaan ze uit van de klassieke opvatting dat de tekens van de Dierenriem "heersen" over lichaamsdelen en dat de hemellichamen "heersen" over organen. Het lijkt erop dat er twee richtingen zijn in het astrologisch denken: een die zich beroept op de traditie en deductief te werk gaat en een die zich op de ervaring beroept. Dit is echter meer schijn dan werkelijkheid. Ik kom tot de volgende conclusies:
INLEIDING
Wetenschappelijk gezien was de beslissing eenvoudig: wetenschappelijk gezien hebben die bevindingen geen waarde. Het gaat immers maar om 7 horoscopen en het verhaal is allang bekend dat een enthousiaste onderzoeker direkt iets vindt. Jung wees er al op toen hij zijn huwelijksonderzoek deed, wat niet gerepliceerd kon worden. Na hem wachten alle onderzoeken naar astrologische stellingen op een echte replicatie, uitgezonderd een paar van de stellingen van de Gauquelins. Moreel gezien ligt het probleem anders. Immers, ieder idee dat kan bijdragen tot een verlichting van het enorme lijden dat inherent is aan transsexualiteit verdient bekend te raken, zo zou men kunnen redeneren. Bekend maken dient echter niet zomaar in het wilde weg te geschieden. Waar zouden de bevindingen terechtkomen, was mijn volgende vraag. Natuurlijk in de hoek van de medische astrologie. Mijn vraag was: Is dat een betrouwbare hoek? Hoe gefundeerd is de medische astrologie? Is op grond daarvan te verwachten dat men zorgvuldig omspringt met mijn bevindingen? Zo nee, dan is het moreel niet verantwoord ze bekend te maken en heeft horoscoop-onderzoek zijn grenzen wat de publicatie ervan betreft. Uit deze overwegingen ontstond mijn behoefte om een terreinverkenning te gaan doen op het gebied van de medische astrologie. ASTROLOGEN en GENEESKUNST ( "medische astrologie" )
Traditie en "wetenschappelijke" astrologie In de dertiger jaren van deze eeuw ontstond onder astrologen het ideaal, de astrologische stellingen wetenschappelijk te onderbouwen. Men was van mening dat toepassing van de statistiek zou leren dat astrologie een echte wetenschap in de moderne zin van het woord was, en dat men de oude astrologische stellingen wetenschappelijk kon bewijzen. Men richtte zich ook op de medische astrologie en zo ontstonden enige standaardwerken. De Amerikaanse astroloog Cornell schreef wellicht het meest beroemde boek op dit gebied, de Encyclopaedia of Medical Astrology. Tegelijkertijd verscheen ook in het Nederlands een grondig boek over medische astrologie, namelijk J C van Wageningen's Astrologie en Geneeskunde. Beide auteurs volgden dezelfde methode en ze kwamen beiden op dezelfde manier tot hun idee om de medische astrologie te gaan bestuderen. Ze ontdekten namelijk dat de oude traditie veel te wensen overliet en wilden daardoor op grond van een veelvoud van gevalstudies komen tot horoscopische ziektebeelden. Zowel Cornell als van Wageningen waren er namelijk vast van overtuigd dat ziekten uit de horoscoop afleidbaar zijn. Van Wageningen was zelfs van mening dat alle ziektes uit iemands horoscoop voorspelbaar zijn. Al vond hij wel dat de astroloog natuurlijk nooit de door hem gevonden "waarheid" aan zijn cliënt mocht doorgeven. Ook was hij ervan overtuigd dat men in de horoscoop ziektebeelden exact vindt aangeduid. Hoe vast zijn overtuiging daarin is moge blijken uit een enkel citaat:
Dit citaat bevat twee stellingen: aanleg voor kanker en diabetes is afleesbaar uit de horoscoop en er bestaan duidelijke horoscoopbeelden als het gaat over kanker en diabetes. Daarin impliciet is de stelling verborgen dat men uit horoscopen ziektebeelden kan afleiden. Voorwaar, kloeke stellingen, vooral wanneer men beseft hoe groot de verwarring in de medische wetenschap over bij voorbeeld kanker is. Hoe onderbouwt van Wageningen ( en ook Cornell ) deze stellingen? Het sterkste punt van kritiek dat van Wageningen op de medische astrologie van zijn tijd heeft is dat het een voornamelijk deductieve wetenschap is. In zijn kritiek op Daeath, Feerhov en Asboga schrijft hij: "Het zal intussen duidelijk zijn dat een en ander zijn consequenties moest hebben voor de door mij gevolgde methodiek, die belangrijk afwijkt van de werkwijze van Daeath, Feerhov, Asboga en verdere publicisten op medisch-astrologisch gebied. Zo heb ik b.v. gemeend, de gebruikelijke lijstjes van ziekteverschijnselen, die van de standen der planeten in de verschillende zodiaktekens kunnen resulteren, achterweg te moeten laten. Die opgaven mogen al gemakkelijk zijn ( of liever schijnen ! ) voor een leek die een horosoop op zijn pathologische strekking wil onderzoeken - zij berusten veelal meer op veronderstelling ( of op zijn best: logische deductie ) dan op ervaring en zijn daardoor in vele opzichten misleidend. Wat heeft men er tenslotte aan, te weten dat Mars in Aries een hersenontsteking kan veroorzaken, wanneer die stand ook aansprakelijk wordt gesteld voor talrijke andere ziekteverschijnselen zoals oogontstekingen, schedelverwondingen, apoplexie, malaria, roodvonk en zelfs ... mazelen!?" Opmerkelijk is het verborgen axioma dat een astrologische stand een ziekte zou veroorzaken. Dit axioma heeft van Wageningen gemeen met alle astrologen, een axioma dat onmogelijk, onbegrijpelijk en onwijs is, zoals ik in veel van mijn artikelen heb aangetoond. De enige kritiek die hij in dit opzicht op andere astrologen heeft is dat ziektebeelden niet zouden worden veroorzaakt door een stand, maar door een combinatie van standen. Die combinatie van standen is volgens van Wageningen een hard gegeven, we hoeven ze alleen maar op te snorren en alle problemen in verband met de medische diagnose zijn opgelost. Als methode stelt hij voor: "Wil men hier normen stellen, dan dient men m.i. rechtstreeks van de ervaring uit te gaan en te zoeken naar het "gemeenschappelijke" in de horoscopen van lijders aan een bepaalde ziekte." Op zich is dat een valide uitgangspunt voor wetenschappelijk onderzoek. Alleen de zin onmiddellijk na deze normeringsclausule luidt: "Daarbij zal men dan tot de ontdekking komen dat min of meer scherp omlijnde ziektebeelden ... niet worden aangegeven door een enkele planeetstand, maar door een complex van standen dat bovendien nog een zekere "speling" toelaat." Met andere woorden hij weet de uitslag van zijn onderzoek al. Er is geen enkele ruimte open voor de mogelijkheid dat er niets uitkomt. Dit nu is geen valide wetenschappelijk uitgangspunt. Terzijde zij opgemerkt dat ik met deze stellingen uit het werk van van Wageningen slechts een kleine keuze heb gedaan. Voor het onderwerp van deze studie gaat het echter om de meest vitale. Daarnaast zijn er nog talloze over de verhouding tussen lichaam en geest, kruidengeneeskunde en astrologie, homoeopathie en astrologie etc. Al deze stellingen vereisen een nadere toelichting en behandeling. Een dergelijke behandeling is echter niet noodzakelijk voor de kern van het betoog dat ik hier houd.
|
|||||||||
Terug naar Index Published by ORION mb
.
| |||||||||