Consulting and Educational Services
Orion mb
  boeken therapie

      dr. Martin Boot: De meerduidigheid van de astrologie
      of: over de aard van astrologische uitspraken. AINO, 1987

      Samenvatting: Wetenschappelijke onderzoek naar uitspraken van astrologen laten steeds zien dat de juistheid van astrologische uitspraken niet wetenschappelijk bewijsbaar is. De verschillende verklaringen die daarvoor gegeven zijn, komen in dit artikel in vogelvlucht aan de orde. Dan onderzoek ik de aard der astrologische uitspraken of liever de soort taal die astrologie is, om tot de conclusie te komen dat op grond daarvan astrologisch onderzoek een andere basis behoeft dan die gebruikelijk is in de psychologie.

      1. Wetenschappelijk onderzoek naar astrologische uitspraken

      "Related to his fear of the "irrational" is the fear of ambiguity. He therefore comes to need a black and white world and will buy a wrong or partial answer to relieve the anxiety associated with the grey areas, the unclear or ambiguous.

      The fear of ambiguity .. ties in with early conditioning that pressed him to be decisive, action-oriented, logical, clear. It is difficult to function in this style and still be accepting of vagueness and the truth of alternative possibilities. He needs things to be good or bad, right or wrong, moral or immoral, crazy or sane, our side or their side. This attitude prevents a flexible, open approach to life ... Every experience or reaction must be labeled and the truth of the existence of opposites and contradictions within the same person or life-event makes him uncomfortable"

      Zo beschrijft Herb Goldberg in zijn boek "Hazards of being male" (Goldberg, 1976) de angst van de moderne man voor meerduidigheid. Dat iets meer dan een betekenis kan hebben, dat een mens vol tegenspraken kan zitten, is een bedreiging voor de gemiddelde man die opgevoed is in logica en een leefstijl die op besliste actie is gericht. Precies daarop is onze wetenschap gericht en zo komen we tot de vraag: zijn de uitspraken van astrologen wetenschappelijk verifieerbaar? Want wat niet wetenschappelijk verifieerbaar is, bestaat niet, is niet logisch, is geen feit.
       

      1.1 Wetenschappelijk onderzoek en astrologische uitspraken
      Onder wetenschappelijk onderzoek verstaat men wat astrologie betreft tegenwoordig een heel specifieke serie procedures zoals ze voor empirisch onderzoek in de psychologie worden gebruikt. Analoog aan de natuurwetenschappen gaat men ervan uit dat de werkelijkheid bestaat uit een geordende verzameling feiten. Men probeert twee aspecten te onderzoeken: men probeert vast te stellen wat de feiten zijn en men probeert daarna de ordening van de feiten vast te stellen. Wetenschappelijk onderzoek naar astrologische uitspraken gaat tegenwoordig uitsluitend over de vaststelling van wat feiten zijn. Ieder feit is wetenschappelijk verifieerbaar. En de redenering is ook omgekeerd: als iets wetenschappelijk verifieerbaar is, is het ook een feit. In astrologische handboeken staan veel zinnen met uitspraken over mensen. Men vat ieder van die zinnen op als een feit in de wetenschappelijke zin van het woord. Voor de wetenschap levert astrologie dus veel onderzoeksmateriaal op, duizenden feiten per boek.

      Er is dan ook heel veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar deze astrologische feiten. Onderzoek als: watermannen worden piloot, tweelingen worden journalist, steenbokken worden boekhouder etc. Hoe zorgvuldig dit onderzoek ook werd uitgevoerd, het leverde niets op, zoals men kan nalezen bij Dean (Dean, 1977).

      Het normale commentaar op dit onderzoek is, dat het de astrologie geen recht doet.
      De astroloog werkt met de hele horoscoop.

      Er ontstond een tweede type onderzoek. Astrologen moesten raden wie op een bepaalde psychologische test, wat scoorde. Ze moesten raden of iemand "extravert" of "introvert" was. Ook dit onderzoek levert niets op, zoals kan worden nagelezen in Dean (Dean, 1985). Dit type onderzoek gaat uit van de hele horoscoop en wordt wel aangeduid met de term Vernon Clark achtig onderzoek. (Eysenck, 1982)

      Momenteel is een derde type onderzoek aan het ontstaan: uitspraken gebaseerd op astrologische aspecten. Een voorbeeld ervan is het werk van Kuypers. (Kuypers, 1984)
      Hier wordt onderzocht of de astrologische uitspraak verifieerbaar is dat bepaalde aspecthoeken met bepaalde karaktereigenschappen en/of gebeurtenissen correleren. In feite is dit onderzoek van het eerste soort, ook hier gaan immers twee astrologische factoren samen. In het eerste soort onderzoek de zon en een teken van de dierenriem in het aspectonderzoek twee hemellichamen of een hemellichaam en een belangrijk punt uit de horoscoop.

      Ook dit onderzoek heeft eenzelfde soort verhaal te vertellen als alle ander wetenschappelijk onderzoek van astrologische uitspraken of liever van de uitspraken van astrologen. Er is een onderzoek dat wat belooft, dan komt er een replicatie van het onderzoek en het effect is weg. Dan komt iemand wijzen op de problemen die er zijn, onderzoekstechnisch (bv. Eysenck/Bias, 1982 of Dean, 1977) of astronomisch (Gauquelin, 1985). Wat de aspecten betreft moet er dan nog worden bij opgemerkt, dat er geen reële maat is om de verwachting te testen. Op verschillende plaatsen in de wereld wordt momenteel gewerkt aan frequentielijsten van aspecten die werkelijk hebben plaatsgevonden (zie bv. Zip Dobyns, 1986 en Boot/ vd Zalm, 1986 in Gauquelin, 1986)

      1.1.1. Conclusie
      Het is dan ook geen wonder dat Geoffrey Dean, een man die men nu echt niet kan verwijten dat hij naief omgaat met wetenschappelijk onderzoek, tot de conclusie is gekomen dat astrologische uitspraken op niets berusten, dat er geen feitelijke basis onder ligt. Hoe je je onderzoek ook aanpakt, steeds komt er niets uit als je echt beter kijkt. De enige echte resultaten die geboekt werden zijn nog steeds die van de Gauquelins.

      1.1. 2. Verklaringen
      Er zijn twee soorten verklaringen in omloop voor het onmiskenbare feit dat onderzoek naar astrologische uitspraken niets oplevert: men zoekt het in onderzoektechnische problemen en men zoekt het in de vaststelling dat de verkeerde uitspraken worden genomen.

      a: Onderzoekstechnisch: Er is veel geschreven over wat er allemaal ontbreekt aan de wetenschappelijke aanpak van astrologisch onderzoek. Men zoekt dus het gebrek aan resultaat in het gebrek in de techniek en zonder enige twijfel kan men zinnige opmerkingen maken in dit opzicht (zie bv. Eysenck/Nias, 1982).

      b: Andere uitspraken Men zoekt het in een verandering van de te onderzoeken uitspraken en komt dan bv met Vernon Clark achtig onderzoek aan. De moeilijkheid bij dat laatste onderzoek is in mijn opinie dat het niet gaat over astrologische uitspraken. Men onderzoekt hiermee immers of astrologen dezelfde uitspraken kunnen opleveren als psychologische tests. Of astrologen dus de psychologische vaktaal beheersen ja of nee. Het is heel voorspelbaar dat dat niets oplevert. Astrologen weten immers doorgaans niet wat die psychologische tests betekenen. Het is zelfs de vraag of psychologen wel weten wat ze meten met hun tests. De discussie daarover is nog lang niet uitgewoed.

      1.1.2.1. Onvoldoende
      Naar mijn mening komen we er met dit soort verklaringen niet uit. Er is altijd wel detailkritiek te leveren op onderzoek. Zolang we echter bij die detailkritiek blijven, hebben we geen oog voor de vragen waar het echt om gaat. En waar het om gaat naar mijn mening is wat voor uitspraken je met astrologie kunt doen, dat wil zeggen wat voor taal astrologie is.

      2. Astrologie als taal
      Uitgangspunt van de geschetste wetenschap is, eens en voor altijd op ondubbelzinnige wijze vaststellen wat een juiste uitspraak is en wat niet.

      Vergelijken we twee uitspraken:

      a: Water kookt bij 1 atm druk bij 100 graden Celsius.
      b: Een Tweelingen praat veel.

      Een uitspraak uit de wetenschap en een uitspraak uit de astrologie. De wetenschapsman zal zeggen: Het gaat hier om twee uitspraken die gedrag beschrijven. Om twee uitspraken die dus in de werkelijkheid van alledag waarneembaar zijn, om twee uitspraken waarmee je een experiment kunt opzetten om de feitelijke waarde ervan aan te tonen. Zo is alle wetenschap naar astrologische uitspraken ontstaan.

      De gedachte die daaronder zit is: Uitspraak a en b zijn van dezelfde soort. Mochten ze namelijk niet van dezelfde soort zijn, dan is het verkeerd om ze op dezelfde manier te behandelen.

      Uit wetenschappelijke studie komt: alle water kookt onder dezelfde omstandigheden altijd bij 100 graden celsius. Dus de uitspraak is feitelijk juist. De uitspraak stamt uit een gebied waar men dergelijke uitspraken wenst te doen, dergelijke "wetten" wenst te ontdekken.

      Nu de pratende Tweelingen. Er is een groot verschil tussen de uitspraak over water en die over Tweelingen. Bij de uitspraak over water staat precies aangegeven onder welke omstandigheden water welk gedrag vertoont. Bij de Tweelingen staat niet onder welke omstandigheden hij praat. Het kan toch de bedoeling niet zijn van de uitspraak dat men leest: Alle Tweelingen praten ononderbroken van hun geboorte tot hun dood door!? Wetenschappelijk gezien, staat het er echter zo wel. Wat betekent dat nu?

      Je zou twee conclusies kunnen trekken. De eerste is: je moet de omstandigheden opgeven waaronder een Tweelingen praat. In dat geval ben je van mening dat de astrologische taal een taal is of zou moeten worden als de taal van de natuurkunde. Zonder enige twijfel een interessant gezichtspunt en je kunt zeker honderden manjaren besteden aan het bepalen van de omstandigheden waaronder een Tweelingen wel of niet praat.

      Dergelijk onderzoek kan best bijdragen aan een specificatie van de astrologische kennis. Het is echter de vraag of dit soort onderzoek een wezenlijk astrologische vraag betreft.

      Je kunt overigens nu al voorspellen dat het nooit zal lukken om de omstandigheden te bepalen waaronder alle Tweelingen voorspelbaar praten. Dit argument berust op gezond verstand. Weliswaar geen wetenschappelijk argument, maar toch, er zal niet zoveel tegenin te brengen zijn. Gezond verstand als argument is de gruwel van de wetenschapsman, want wat is dan wel gezond verstand? Net zoiets als intuïtie, iets vaags, iets meerduidigs, je weet niet waar je aan toe bent. De ene keer geldt dit, de andere keer dat. En nu kan iedereen het citaat uit Goldberg herlezen waarmee ik dit artikel begon.

      Moet dan nu de conclusie zijn dat astrologische uitspraken geen goede uitspraken zijn? Dat zou inhouden dat alleen de uitspraken van de natuurkunde en aanverwante gebieden goede uitspraken zouden opleveren. Dat lijkt me wat te ver gaan. Zou het niet zo kunnen zijn dat astrologische uitspraken uitspraken van een ander soort zijn? Dat is toch een conclusie die minstens even voor de hand ligt.

      3. Wat voor soort uitspraken zijn astrologische uitspraken?
      Vergelijken we de volgende twee zinnen:

      c: Wie niet liefheeft, huilt niet
      d: Wie Tweelingen is, praat veel

      c: is een regel uit een gedicht d: is in dezelfde vorm gebracht. Het antwoord op beide zinnen is: Ja dat is zo, tenminste als je ervaringen hebt die bij de twee uitspraken passen. Neemt nu iedereen aan dat liefhebben een activiteit voor de traanzakken is? Nee. Toch staat het er letterlijk zo: liefhebben is huilen. Is het dus onzin, is het dus niet feitelijk, berust de uitspraak over verdriet en liefde dus nergens op? Nee, integendeel. Deze uitspraak kan iemand zo diep raken dat hij/zij zegt: Ja dat is waar en hij of zij is weer iets meer in staat om de zin of het geheim van het leven te benaderen.

      Hij of zij kan er inderdaad geen water mee koken, maar is dat nodig als je troost zoekt over je liefdesverdriet? Of is troost iets irreëels, iets niet feitelijks, iets niet echts, iets dat nergens op slaat, iets dat nergens op berust?

      Wat voor soort uitspraak is de uitspraak Wie niet liefheeft, huilt niet?
      Het is geen uitspraak die je letterlijk moet nemen, het is een bij wijze van spreken uitspraak, die een diepe werking kan hebben, omdat hij gaat over iets dat niet bewezen kan worden, namelijk over een waarheid. De waarheid is er, je kunt hem waarnemen, voelen, erin toestemmen, maar je kunt hem niet wetenschappelijk verifiëren of bewijzen.

      In mijn opvatting levert de astrologie nu net zulke uitspraken op. Uitspraken die per definitie niet passen bij wetenschappelijk onderzoek van de soort die psychologen van de academische richting voorstaan. Astrologische uitspraken zijn symbolische uitspraken. Astrologisch onderzoek vereist dus onderzoekstechnieken die passen bij de studie van symbolen.

      Michel Gauquelin zei het onlangs zo:

      "I don't think there is any way, with the knowledge we have now, to explain, how astrology works. We may have to find another kind of explanation. I don't say that it is a metaphysical explana­tion. .... I think the biggest mystery for me is not only that astrology works, as it was claimed long ago, but that the symbo­lism of the planets are the right ones. How did the Babylonians manage to have this very clear view of .. Mars etc." (Gauquelin, 1986)
      Gauquelin verwoordt hier een verbazing die mijn inziens alleen maar kan ontstaan uit de blikvernauwing die ons soort wetenschappelijk onderzoek heeft veroorzaakt. De belangrijkste waarheden over de mens staan toch vermeld in de oudste mythen!? Waar halen wij de arrogantie vandaan, te veronderstellen dat wij meer van de mens weten dan de Babyloniërs of de Grieken. Doordat we toevallig fietsen kunnen produceren die zij niet hadden?

      4: Conclusie

      Wetenschappelijk onderzoek van astrologische uitspraken zoals dat nu door psychologen wordt verricht brengt de astrologie niet verder. Het berust op de foutieve veronderstelling dat astrologische uitspraken feiten zouden beschrijven in de zin van de natuurwetenschappelijke feiten. De gegevens die dit onderzoek oplevert kunnen hooguit een marginale bijdrage aan het inzicht in de astrologie leveren. Of dit soort onderzoek een bijdrage aan de psychologie is, moeten psychologen zelf maar uitmaken.

      Willen we meer inzicht in de astrologie krijgen dan zullen we onderzoek naar de status en werking van symbolen moeten verrichten. We zullen een serieuze plaats moeten vinden voor meerduidigheid en intuïtie in ons onderzoek. Vooronderzoek op dit gebied is voornamelijk gedaan in de kunstwetenschappen. Wat de taalkundige kant betreft kunnen we het best terecht bij de literatuurwetenschap.

      Literatuur waarnaar verwezen werd:

      • Dean G & Mather A: Recent Advances in Natal Astrology. Subiaco Western Australia, Analogic, 1977
      • Geoffrey Dean: Can Astrology predict E and N? in Correlation, 1985, Vol 5, nr 2, pp 2-24
      • Eysenck H J & Nias D K B: Astrology Science or Superstition? London, Temple Smith, 1982
      • Cornelis Kuypers: A study on Marriages in APP, Vol 2,nr 4, sept 1984 pp 17 - 20
      • M Gauquelin: Astrological aspects at the birth of eminent people. Correlation, Vol 5,1, 25 - 35
      • F Gauquelin: Famous professionals, astronomical problems and aspects again. In APP, Vol 4, nr1, Jan 1986, pp 13 - 26
      • Astrotalk: A conversation with Michel Gauquelin, Vol 3,nr 2, mar/apr 1986 p 14

      Naar andere artikelen


Indexalg Terug naar Index

Published by ORION mb .
Copyright 2000 ORION mb . All rights reserved.
Information in this document is subject to change without notice.

Orion \O*ri"on\, constellatie van 6 Gemini tot 2 Cancer en 13 Zuid tot 24 Noord van de equator, in de winter fonkelend zichtbaar voor iedere aardbewoner.